Ontwerpend onderzoek ‘Dorpelijk wonen’
Over het ontwerpend onderzoek
Het ontwerpend onderzoek is een samenwerking tussen ontwerpers, lokale besturen en dorpsactoren die samen op zoek gaan naar innovatieve oplossingen voor de gestelde woonuitdagingen. Het richt zich op het verkennen van nieuwe woonvormen in dorpen die zich aan het transformeren zijn.
‘Dorpelijk Wonen’ onderzoekt hoe dorpen kunnen verdichten zonder hun identiteit te verliezen. Dit door nieuwe woonvormen te ontwikkelen die de kwaliteit van het dorp versterken. Er wordt gekeken naar de figuur, het type en het beeld van woningbouw in dorpen. De figuur betreft de integratie in het dorpsweefsel, het type betreft de woningconfiguratie, en het beeld focust op de architecturale identiteit. Daarnaast wordt ook onderzocht hoe woningen sociale interactie kunnen bevorderen en hoe ze zich verhouden tot publieke ruimtes en landschappen.
Het traject omvat meerdere workshops met ontwerpers, beleidsmakers en bewoners om ideeën en inzichten over dorpelijk wonen te delen en te ontwikkelen. Acht verschillende dorpscases zijn geselecteerd om uiteenlopende woonopgaven en initiatieven te onderzoeken, variërend van erfgoedwoningen tot nieuwe ontwikkelingen nabij kerken. Het doel is niet alleen om theoretische inzichten te verkrijgen, maar ook om concrete projecten en mogelijk pilootprojecten te ontwikkelen die de kwaliteit van het dorpsleven bevorderen.
Het resultaat van al die stappen is samengebracht in de dorpskrant en in een documentaire.
De onderzochte cases
De oproep aan lokale besturen, ontwerpers en projectregisseurs voor het traject ‘Dorpelijk wonen’ kon rekenen op een ruime belangstelling. Respectievelijk 52 ontwerpers en 15 projectregisseurs toonden hun interesse. Lokale besturen stelden 28 potentiële cases voor. Een bewijs dat het thema leeft en dat ontwerpers en opdrachtgevers proactief naar oplossingen willen zoeken.
De acht weerhouden cases werden thematisch gebundeld. Ieder thema wordt toevertrouwd aan één ontwerpteam, dat de opdracht krijgt om voor twee aanverwante cases onverwachte woonconfiguraties uit te testen en te onderzoeken welke strategieën kunnen bijdragen tot ruimtelijke, sociale en ecologische kwaliteit.
Het Team Vlaams Bouwmeester koos ervoor om de begeleiding van het hele proces toe te vertrouwen aan Ward Verbakel, die als architect en stedenbouwkundig ontwerper, maar ook als participatieregisseur en docent de blik vaak gericht houdt op het dorp.
De cases worden uitvoerig besproken in de dorpskrant.
‘Wonen in het binnengebied’ – Ae architectenbureau en MAAT-Ontwerpers
- Landbouwstraat te Niel
- ’t Laarhof te Beerse
Hoe kan je een binnengebied in het hart van het dorp invullen zonder dat het oorspron- kelijke grote bouwblok gewoon opgeknipt wordt in kleinere bouwblokken? Kan hier een collectieve of publieke ruimte ontstaan, waar- bij het wonen net iets anders geschikt wordt dan langs een klassieke straat? Beide cases nodigen uit tot nadenken over de mobiliteit en het wonen in relatie tot de stedenbouw- kundige figuur. De herontwikkeling van een dorps binnengebied kan het bouwblok zelf herstructureren en in die zin een ruimtelijke en maatschappelijke meerwaarde bieden voor het bouwblok zelf, en bij uitbreiding het hele dorp.
‘Erfgoedwonen’ – Agmen en Studio Thomas Willemse
- Oude gemeenteschool te Olsene
- Pastorij Sint-Gerardus te Grasheide
In beide dorpen staat een bijzondere woning leeg. De oude pastorij en schoolmeesters- woning namen tot voor kort een belangrijke positie in in het dorpsweefsel, niet enkel omwille van de architecturale erfgoedwaarde, maar ook omwille van de functie. Pastoor en schoolmeester genoten een zeker aanzien in het dorp. Hun woningen vervulden ook een publieke functie als plek voor onthaal, overleg en consultatie. Wat kunnen deze plekken vandaag nog betekenen als ankerplekken voor dorpelijk wonen?
‘De ontwikkelaar’ – Havana architectuur
- Brandweerpost te Zele
- Poort van Ottenburg te Huldenberg
Beide dorpscases gaan uit van een ontwikkelingsvraagstuk, waarbij gekeken wordt naar private partners om een woonproject te realiseren en op die manier ook wat maat- schappelijke meerwaarde toe te voegen: een sociaal woonaanbod, een publieke parking, een doorsteek, een park, een kinderkribbe, enzovoort. De dorpen verschillen sterk qua schaal en dynamiek, maar beide opgaven zijn niet zo verschillend. Centraal staat hier de vraag of ontwikkelaarsdynamieken niet alleen maar verdichting kunnen realiseren, maar ook andere kwaliteiten kunnen opleveren. Dat kan gaan over wonen voor specifieke doelgroepen die anders uit de boot vallen, het toevoegen van voorzieningen die de overheid zelf niet meer kan aanbieden of het testen van nieuwe, misschien betaalbaardere eigendomsmodellen.
‘Wonen naast de kerk’ – GRAFT en Alba
- Omgeving Onze-Lieve-Vrouw-kerk te Wijnegem
- Zevensterre te Grimbergen
In beide cases ligt het projectgebied naast een kerk met parochiezaal, met daarnaast een ongedefinieerde open ruimte, de ene al wat groener dan de andere. In dorpen die in de invloedssfeer van de stad liggen is de vastgoeddruk op dat soort centrumplekken naast de kerk hoog, met ‘verappartementisering’ tot gevolg. Wijnegem en Beigem zijn zo’n dorpen, het ene in het Antwerps grootstedelijk gebied, het andere in de Vlaamse rand rond Brussel. Het ene dorp heeft een historische kerk, enkele oude hoeves en een structuur van driehoekige historische driesen; het andere dorp ziet eruit als een voorstad, waar in het hart van het bouwblok een modernistische kerk en parochiecentrum een van de laatste groene plekken in het weefsel aankondigen. Kan het herdenken van het wonen vlakbij de kerk een alternatief op- leveren voor de banale ontwikkelingen die we rond vele kerkpleinen in Vlaanderen zien, en misschien ook een kans om landschappelijke kwaliteit toe te voegen?
Is deze pagina duidelijk?
Laatst nagekeken op: .