Goed bestuur zonder hypotheek op onze culturele toekomst

Publicatiedatum:

Actualiteit

©Stijn Bollaert

Goede ruimtelijke projecten vragen meer dan een sterke ontwerppraktijk: ze steunen op kennis, verbeeldingskracht en een breed cultureel fundament. Wie vandaag investeert in architectuurcultuur, erfgoed en kennisinstellingen, bouwt mee aan het patrimonium en de leefomgeving van morgen.

Al ruim een kwarteeuw begeleidt het Team Vlaamse Bouwmeesters ambitieuze overheden bij de aanpak van hun ruimtelijke projecten. We helpen hen om bij iedere ruimtelijke ingreep (een nieuw gebouw, een verbouwing, de aanleg van publieke ruimte of infrastructuur) hun culturele en maatschappelijke verantwoordelijkheid ten volle op te nemen, en zich daarvoor te laten bijstaan door de meest geschikte ontwerpers. Het komt er dan op aan, het project samen aan te pakken op een geïntegreerde manier: met aandacht voor de bredere ruimtelijke, historische, sociale en maatschappelijke context, de genius loci, de ecologische impact, het effect op de lange termijn enzovoort. Een publiek gebouw of publieke ruimte mag nooit alléén een actueel functioneel doel dienen: wat we nu bouwen of aanleggen, vormt het patrimonium dat we straks aan volgende generaties doorgeven. De jongste jaren bepleiten we overigens steeds vaker om niet te bouwen, maar te (her)waarderen wat er al is. Het mag dan vanzelfsprekend lijken dat we een monument als de Gentse boekentoren met de grootste zorg restaureren en geschikt maken voor hedendaags gebruik (om maar één zopas afgerond project te noemen dat het resultaat is van onze Open Oproep), ook in niet beschermde en minder gekoesterde delen van onze gebouwde omgeving moeten we betekenis en mogelijkheden leren onderkennen.

Deze geïntegreerde aanpak, die brede benadering vergt kennis: van technieken en materialen, van de kunst- en architectuurgeschiedenis, van de actuele bouw- en ontwerppraktijk in binnen- en buitenland, van het discours over architectuur enzovoort. Ze vergt ook het vermogen om mogelijke toekomsten te bedenken en te verbeelden. De nodige kennis verwerven en verdiepen, de verbeeldingskracht cultiveren is niet alleen een zaak van onderwijsinstellingen, maar evengoed van plekken waar de bronnen van kennis worden bewaard, ontsloten en bemiddeld; van plekken waar kennis wordt uitgewisseld en vrij ter discussie gesteld. Die instellingen en organisaties leveren mee het cultureel substraat en de zuurstof voor onze samenleving als geheel. Als we er niet langer in slagen blijvend te investeren in organisaties als het Vlaams Architectuurinstituut, Bozar, Parcum of de erfgoedbibliotheken, en in de mensen die deze organisaties – vaak nu al in precaire omstandigheden – draaiende houden, dan nemen we simpelweg een hypotheek op de toekomst. En is dat niet precies wat goed bestuur moet willen voorkomen?