Antwerpen - Bruggen Albertkanaal
Gunning
uapS Anne Mie Depuydt & Erik Van Daele
Download ontwerpvisiePlekgericht en dwars
De serie bruggen wordt ontwikkeld vanuit een plekgericht perspectief, dwars op het kanaal. Het ontwerpteam bekijkt de serie vooral in dwarse richting in plaats van langs omdat de ruimtelijke impact van de bruggenhoofden in het overwegend kleinschalig woonweefsel stedenbouwkundig zwaarder doorweegt dan het zoeken naar een vormelijke continuïteit tussen de verschillende bruggen. Vanuit het stedelijk weefsel wordt het kanaal overwegend dwars en puntsgewijs beleefd. Het kanaal, en bij uitbreiding de serie bruggen, worden enkel door het vrachtverkeer, op het kanaal en op de vaartkaai in het noorden, op een lineaire manier beleefd. Andere passanten, zelfs de recreatieve fietsers beleven het kanaal in fragmenten.
Door deze plekgerichte, dwarse aanpak wordt de nadruk gelegd op de bruggenhoofden. Het ontwerpteam doet geen uitspraak over de constructie of de structuur van het brug(dek) en pleit er enkel voor om naast de imposante constructie van de Oosterweelverbinding de bruggen zo eenvoudig en onopvallend mogelijk te houden.
Om de aanloophellingen van de bruggenhoofden te bepalen wordt uitgegaan van de ruimtelijk meest dwingende randvoorwaarden. Er wordt uitgegaan van een conventionele opbouw van het brugdek. De constructiehoogte voor een conventionele overspanning van min 63 meter wordt genomen tussen de 4,5 (staalconstructie) en 6 meter (betonconstructie) voor de bruggen voor gemotoriseerd verkeer; 1 tot 2 meter voor bruggen voor zacht verkeer. Er wordt bovendien gestreefd naar een maximaal comfort voor voetgangers en fietsers door de hellingsgraad tussen drie en vier procent te houden, een hellingsgraad die fietsers over een langere afstand (tussen 200 en 300 meter) kunnen aanhouden. Met deze dwingende randvoorwaarden wordt de discussie over de integratie van de bruggenhoofden scherp gesteld.
Met de ruimtelijke strategie voor de serie worden concepten uit het SRSP geëxpliciteerd voor het verkeersnetwerk, en voor het groene en het blauwe netwerk rond het Albertkanaal. De bruggen worden ingezet om op strategische plekken netwerken te verbinden of te scheiden. In de eerste plaats worden de bruggen ingezet om de complexe menging van wonen en industrie langsheen het kanaal te laten evolueren naar een nevenschikking. De bruggen zijn de aanzet van een ontsluitingssysteem dat bestaat uit een superpositie van een laddersysteem voor het vrachtverkeer op beide kanaaloevers en een fijnmazig woonweefsel. De ladders voor vrachtvervoer op noord- en zuidzijde worden enkel via de Deurnebalbrug en de Houtlaan met elkaar en met de infrastructuur op een hoger schaalniveau verbonden. Voor het zachte verkeer en het autoverkeer blijven de industriezones en het woonweefsel met elkaar verbonden. Het doorknippen en het versmallen van een aantal straten verhindert echter een vlotte doorgang van het vrachtverkeer in het woonweefsel.
De vormgeving van de bruggen is afhankelijk van hun positie binnen dit ontsluitingssysteem. In het woonweefsel worden de bruggen uitgewerkt in dialoog met de bestaande open ruimte. Daartoe wordt voor de serie bruggen een basisvocabularium ontwikkeld van trappen, hellingen, minerale taluds, beplante taluds en geplooide keermuren. Dezelfde elementen komen steeds in wisselende configuraties voor, afhankelijk van de context.
Een serie specifieke bruggen
De serie resulteert in een typering per brug aan de hand van de positie van de brug binnen het stedelijke, groene (en blauwe) netwerk.
De IJzerlaanbrug is een publieke ruimte, een verblijfsruimte met een landschappelijk karakter.
De Theunisbrug is een grootstedelijke brug met aan beide zijden van het kanaal een combinatie van grootstedelijke en buurtgerichte publieke ruimten.
De Deurnebalbrug is de belangrijkste verbinding voor vrachtverkeer en is een verkeersmachine.
De Kruiningenbrug is een verblijfsruimte die door de beperkte open ruimte een uitzonderlijk karakter heeft.
De functie van de Hoogmolenbrug wordt opgesplitst in een landschappelijke verbinding voor zacht verkeer aan de rand van het Schijnvalleipark en het Noorderpark en een grootstedelijke, tangentiele verbinding met een minimale impact op het bestaande landschap.
Selectie
De Smet Vermeulen architecten
Download ontwerpvisie
Feichtinger Architectes
Download ontwerpvisie
Maxwan architects and urbanists
Download ontwerpvisie
Quist Wintermans Architekten
Download ontwerpvisieProjectbeschrijving
Om de mobiliteit, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in en rond Antwerpen te verbeteren, ontwikkelde de Vlaamse overheid het Masterplan Mobiliteit Antwerpen.
Het Masterplan Antwerpen omvat onder meer het deelproject ‘bruggen Albertkanaal’. Als gevolg van de toekomstige verbreding van het Albertkanaal worden zeven bruggen gebouwd/herbouwd:
Noorderlaanbrug
Spoorwegbrug
Yzerlaanbrug
Theunisbrug
Deurne Bal-brug
Kruiningenbrug
Hoogmolenbrug
Samen met de verbreding van het kanaal (tot 63 m), moet het verhogen van de bruggen (tot 9,10 m) de capaciteit voor de scheepvaart op het Albertkanaal sterk vergroten.
Bij het ontwerp van deze (reeks van) bruggen stellen de stad Antwerpen en de Beheersgroep Antwerpen Mobiel (BAM) een hoog ambitieniveau voorop. Hierbij wordt de opportuniteit aangegrepen de bruggen te benaderen als onderdeel van een reeks en - gezien de dynamiek van de stedelijke context – in te zetten op een duurzame integratie van de verschillende bruggen in hun ruimtelijke context.
De ontwerper moet een visie ontwikkelen die de ruimtelijke condities vastlegt, dewelke vanuit de context bepalend zijn voor de nieuwe situatie. Dit moet gebeuren in nauw overleg met alle betrokken actoren en in het bijzonder met het technisch bureau (aangesteld door de BAM) dat de ontwerper is van de technische infrastructuurwerken en de bruggen. Dit ambitieniveau zal verder worden uitgewerkt tot een kader - op twee schaalniveaus - voor het verdere ontwerp. Dit masterplan omvat:
- Visie voor de bruggen ‘als reeks’ tussen Straatsburgdok en Kempisch kanaal. Vanuit een conceptuele, stedenbouwkundige en/of architecturale invalshoek wordt het begrip ‘reeks’ gedefinieerd. Hierbij worden de bruggen niet als geïsoleerde elementen beschouwd, maar als onderdeel van een transformerend stedelijk weefsel.
- Randvoorwaarden per ‘individuele’ brug, voor een beperkt aantal bruggen binnen de afbakening van het Doelstelling 2 gebied. Een set van concrete stedenbouwkundige randvoorwaarden en doelstellingen wordt – per brug – als basis voor het latere ontwerp vastgelegd. Het ondersteunen van de doelstellingen geformuleerd in het globale kader – staat hierbij centraal. Ontwikkelingsmogelijkheden en/of scenario’s voor zowel de bruggen als de ruimtelijke context van de bruggen komen in deze visie aan bod.
Projectgegevens
Projectcode
OO1302
Officiële naam
Volledige studieopdracht voor de opmaak van een masterplan "Bruggen Albertkanaal" te Antwerpen
Dit project maakt deel uit van de projectenbundel OO13.
Status
Gerealiseerd
Opdrachtgever
- BAM NV
- Stadsbestuur Antwerpen
Locatie bouwplaats
Merksembrug
2000 Antwerpen
België
Regio Antwerpen Noord, kanaalzone Albertkanaal, tussen het straatsburgdok en het Kempische Kanaal
Timing project
- Selectievergadering:
- Eerste briefing:
- Tweede briefing:
- Deadline indienen offertes:
- Gunningscommissie:
- Gunning:
Contactpersoon opdrachtgever
Pc De Cordier
Gunningswijze
prijsvraag voor ontwerpen met gunning via onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.
Extern jurylid
Jan Brouwer
Financieel
Vergoeding offertes
Type opdracht
Functie
Domein
Europese publicatie
- Datum Europese publicatie:
- Nummer Europese publicatie: 16-018449
Publicatie bulletin
- Datum publicatie bulletin:
- Number publication bulletin: 50169
Dit project is gerealiseerd via Open Oproep. Lees meer info over deze tool.
Laatst nagekeken op: .