Pilootprojecten Zorg - Veel gestelde vragen

Ouderen zitten onder een hoge luifel van het stadhuis in Logrono, Italiƫ (architect Rafaƫl Moneo)

Nieuws                                          Initiatief                                 Doelstellingen

 


 

Projecten

Richten de pilootprojecten zich naar de huidige ouderenzorg of wordt dit ruimer bekeken?
De procedure van de pilootprojecten richt zich naar geïntegreerde opdrachten. Dit betekent dat er gezocht wordt naar projecten die vernieuwend kunnen zijn op vlak van zorgconcept, architectuur en ruimte
Ook binnen het zorgconcept wordt gestreefd naar het ontschotten van zorg en het beleidsdomeinoverschrijdend werken. Oplossingen waarbij er voor elke ‘sector’ een afzonderlijk gebouw wordt voorzien, zijn ondertussen achterhaald.
Ruimte wordt ook gekaderd binnen de uitgangspunten die binnen de herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (het in opmaak zijnde Groenboek). Hierin wordt uitgegaan van een maximaal behoud van open ruimte en geen uitbreiding van de bestaande bebouwde oppervlakte. Dit betekent dat er vooral zal moeten gezocht worden hoe er binnen de bestaande bebouwde oppervlakte, aan de hand van het  bestaande patrimonium tot oplossingen kan gekomen worden (uitbreiding, vernieuwbouw, inbreiding,…). Ook de relatie tot de omgeving en de manier waarop de zorginfrastructuur een meerwaarde kan zijn voor de omgeving wordt bekeken

Zal de kwaliteitskamer projecten ondersteunen die zich zowel naar ouderen als naar andersvaliden richten?
De procedure van de pilootprojecten zorg richt zich naar alle projecten die op een of andere wijze een relatie hebben tot de zorg voor ouderen in de brede zin

Hoe verhoudt de doelgroep  zich ten opzichte van de meest problematische groep van zwaar zorgbehoevenden? Hoe zal het equivalent van thuisomgeving worden voorzien voor deze groep?
In eerste instantie gaat het om zorg voor ouderen in de breedst mogelijke zin – dus zeker niet alleen residentieel, maar zeker ook de alternatieven in de zin van thuiszorgondersteuning, inrichting openbare ruimte ifv de toegankelijkheid voor ouderen, …  
De doelgroep van de zwaar zorgbehoevenden zitten vanzelfsprekend mee in de doelstellingen.
Naast de zwaar zorgbehoevenden wordt er ook gezocht naar een combinatie van deze zorgverlening met andere vormen van zorgverlening zoals thuisondersteuning, lokaal dienstencentrum,…
Een voorbeeld hiervan is Brussel. Daar is nood aan 1.200 woonzorgplaatsen. Er is echter geen onbebouwde grond beschikbaar dus moet er op een creatieve manier omgegaan worden met het bestaande patrimonium. Hier moet gezocht worden naar kleinschalige ingrepen met grote impact. Belangrijke actoren hier zijn de eigenaars, leegstandsbeleid, buurt (inspraak),…

Komen ook assistentiewoningen in aanmerking?
Alle projecten die een link hebben met tot de zorg voor ouderen in de brede zin komen in principe in aanmerking op voorwaarde dat ze verder beantwoorden aan de vooropgestelde doelstellingen.

Richt de procedure zich enkel tot ‘gesubsidieerde infrastructuur’?
Neen, de procedure richt zich tot alle infrastructuur die ‘erkenbaar’ is. Hieronder kunnen ook projecten vallen die niet worden gesubsidieerd door het VIPA

Komen ook nieuwe initiatieven aan bod?
De procedure richt zich naar zowel bestaande als nieuwe initiatieven.

 

Is het noodzakelijk dat er binnen een RVT-setting gewerkt wordt?
Er wordt gezocht naar heel diverse projecten:
•    Grootschalig – kleinschalig
•    Nieuwbouw – renovatie
•    …
Link met andere sectoren, thuiszorg, lokale dienstencentra,…
Uit de pilootprojecten worden concepten gedistilleerd die vernieuwend kunnen werken binnen de zorg. Het is de doelstelling om verder te gaan dan de bestaande concepten en settings.

Voor projecten die nood hebben aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) alvorens het project kan gerealiseerd worden, hebben een langere doorlooptijd. Is de noodzaak aan de opmaak van een RUP een uitsluitingsgrond?
Neen, ook in de opmaak van een RUP en het uitschrijven van deze opdrachtomschrijving kan er vernieuwend worden gewerkt. Ook deze thematiek kan eventueel aan bod komen.
De procedure van de pilootprojecten staat dus ook open voor projecten die nog een RUP moeten laten opmaken.

Is er een verplichte realisatiedatum om zich kandidaat te kunnen stellen voor de pilootprojecten?
Neen
 

 

Communicatie

Hoe zal er gecommuniceerd worden met externen gedurende de procedure?
Er zal zowel gecommuniceerd worden op de voortgang van de pilootprojecten als over de nieuwe inzichten die worden verkregen
Eventuele communicatie aan de hand van een website, publicatie, symposium,…. Ook op dit vlak proberen we enige vernieuwing na te streven.

 

 

Ontwerpers en ontwerpen

 

Welk traject zal er gevolgd worden met projecten die reeds een ontwerpteam hebben aangesteld?>
Binnen de procedure van de pilootprojecten wordt er in de eerste plaats gezocht naar projecten die de ‘volledige’ procedure kunnen volgen (opmaak en verfijnen opdrachtomschrijving, aanstellen 3 ontwerpteams, ontwerpend onderzoek door deze 3 teams, gunning van de opdracht aan één van deze 3 teams
Voor geselecteerde pilootprojecten, die reeds een ontwerpteam hebben aangesteld, zal er een procedure op maat worden opgesteld. De inhoud van deze procedure kan bepaald worden door:

•    Het werk dat reeds geleverd is het aangestelde ontwerpteam
•    Het type project
•    De context waarbinnen het project zal worden gebouwd
•    …

De uiteindelijke inhoud van het traject zal bepaald worden door het projectteam in samenspraak met de kwaliteitskamer.

De kwaliteitskamer adviseert de minister over de keuze van de pilootprojecten. Gelieve bij uw kandidaatstelling als bijlage voldoende informatie toe te voegen over het aangestelde team en eventuele opgemaakte plannen. Zo kan de kwaliteitskamer een juiste inschatting maken van het geleverde werk en eventuele onderwerpen die verder kunnen worden onderzocht en uitgewerkt. De aangeleverde informatie kan bestaan uit (buiten het verplichte portfolio en eventuele plannen):

•    De selectieprocedure die aan de aanstelling van het ontwerpteam is voorafgegaan.
•    Materiaal dat is opgemaakt in het kader van de selectie van het ontwerpteam (opdrachtomschrijving, offertes, ingeleverd materiaal van kandidaten,…)
•    Jurysamenstelling
•    …

 

 

Beleid

 

Wat is de link met het grond- en pandenbeleid?
•    Bv: moeten projecten met assistentiewoningen mee het imperatief realiseren van gemeenten?
•    De pilootprojecten vallen onder de reguliere regelgeving. Pilootprojecten maken geen uitzondering op deze wetgeving.

 


 

Proces                                   Projecten                               FAQ

 

 

 

Regelgeving en voorafgaande vergunningen

Worden er bijkomende vergunningen verleend voor de pilootprojecten (ook als er in de regio geen bijkomende bedden vergunbaar zijn)?

Ja. Aan de bekroonde pilootprojecten wordt prioriteit verleend inzake programmatie, vergunningen en in voorkomend geval toekenning van VIPA-middelen.  
Dit betekent concreet voor alle erkende zorgvormen dat als er nog beschikbare ruimte is in de programmatie van de betreffende gemeente/regio, deze eerst wordt opgenomen en de resterende vereiste capaciteit bovenop de beschikbare programmatie wordt verleend.
Hetzelfde geldt voor het oprichten van een woonzorgcentrum met dat verschil dat hierbij tot maximaal 90 bijkomende woongelegenheden (inclusief kortverblijf ) kunnen worden verleend (zie artikel 21 van het reglement). Deze komen boven op de reeds verleende woongelegenheden, ook in regio’s met een overcapaciteit.

 

Is de procedure ook toegankelijk voor projecten die nieuwe infrastructuur plannen zonder bijkomende uitbreiding van de capaciteit?
Ja

Zijn er waarborgen naar de uitbating, RVT-erkenning van de pilootprojecten?
Neen, vermits de RVT erkenningen vooralsnog afhankelijk zijn van federale financiering, kan er geen garantie gegeven worden. RVT-erkenningen moeten langs de reguliere weg worden aangevraagd.

De zorgbehoevenden worden volgens de omgevingsanalyse armer. Het feit dat de pilootprojecten eventueel recht hebben op subsidiëring of een investeringswaarborg van VIPA maakt dat de realisatie via een openbare aanbesteding moet verlopen. Deze openbare aanbesteding maakt dat de kostprijs zeker niet daalt waardoor de realisatie onzeker wordt.
De pilootprojecten zullen het eventuele probleem (dat verder wordt bekeken door de bevoegde instanties) van de stijgende kostprijs niet oplossen.
Projectonderdelen die geen subsidiëring of investeringswaarborg genieten , kunnen gerealiseerd worden los van de gesubsidieerde infrastructuur en moeten niet gerealiseerd worden na een openbare aanbesteding.
Wanneer er echter een fysieke link (in constructie, fundering,…) of een erfpachtsituatie is tussen de gesubsidieerde en de niet gesubsidieerde infrastructuur, dient alle infrastructuur te worden aanbesteed via een openbare aanbesteding.
Voordeel van de PPZ is de deskundige omkadering. Er kan worden afgezien van VIPA-subsidiëring.

Levert de procedure van de pilootprojecten ook ondersteuning voor de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning? Is hier ook een vlottere procedure voor voorzien.
De procedure van de pilootprojecten loopt tot en met de gunning van het project. Dit wil zeggen dat de begeleiding loopt tot het moment dat het ontwerpteam start met de uitwerking van de definitieve plannen, het latere aanbestedingsdossier, de bestekken,…
Net als voor de procedure voor de aanvraag van bijkomende vergunningen (max 90 inclusief kortverblijf per project) is ook voor de stedenbouwkundige vergunning een optimalisatie van het traject voorzien. Ook hier houdt dit in dat de vergunningverlenende overheid mee aan tafel zit bij de uitwerking van de pilootprojecten. Hierbij kunnen eventuele knelpunten in een vroegtijdig stadium worden bekeken , kunnen aanpassingen reeds gebeuren tijdens de procedure van de pilootprojecten en  is de vergunningverlenende overheid op de hoogte van de inhoud van het project. Dit kan in een later stadium de procedure versnellen.

Vervangt de procedure van de pilootprojecten andere verplichte procedures?
Neen, de procedure van de ‘pilootprojecten zorg’ zorgt er niet voor dat u andere procedures (voorafgaande vergunning,  ZSP , …) kan overslaan, maar faciliteert ze wel
Het is wel de doelstelling om bij het projectteam dat de opdracht begeleidt zo breed mogelijk uit te bouwen zodat zoveel mogelijk vergunningverlenende instanties het project kunnen volgen. Dit moet maken dat de procedures bij de realisatie van het project zo vlot mogelijk verlopen.

 

 

Pilootprojecten algemeen

Wat zijn de geplande initiatieven bij het afronden van de procedure?
Inventaris opstellen van de problemen of obstructies die speelden tijdens de procedure van de pilootprojecten (administratief, juridisch, praktisch,…)
Het communiceren van de pilootprojecten samen met de nieuwe inzichten
Eventuele communicatie aan de hand van een website, publicatie, symposium,…

Hoe verloopt de financiering van de procedure van de pilootprojecten? Wie betaalt wat?
Er is door de minister een bedrag van 200.000€ uitgetrokken om het team rond de initiatiefnemer van de projecten te kunnen uitbouwen. Enerzijds is er de kwaliteitskamer die waakt over de kwaliteit op vlak van zorg, architectuur en ruimte, anderzijds is er de uitbouw van het projectteam dat de initiatiefnemer bijstaat bij de uitwerking van het project. De deskundigheden in het projectteam situeren zich op vlak van zorg, architectuur en ruimte. Eventueel zijn deze deskundigheden ook uitbreidbaar met de noodzakelijke expertise op maat van het project (monumentenzorg, landschapsarchitectuur, mobiliteit,…)
De 200.000€ die hiervoor voorzien is, is niet voldoende. Temeer omdat er in de procedure ook een doorrekening is voorzien van de Life Cycle Cost en een advies op vlak van toegankelijkheid. Het VIPA, het team Vlaams Bouwmeester en het Agentschap Zorg en Gezondheid passen de meerkost bij. De kosten voor het aanvragen van het toegankelijkheidsadvies in de verdere fases van het project (na de gunning) zijn hier niet inbegrepen.
De vergoeding voor de ontwerpteams (tussen de 10.000€ en 75.000€ per ontwerpteam) wordt betaald door de initiatiefnemer (de opdrachtgever van het pilootproject)

 

Hoeveel bedraagt de kostprijs van het ontwerpend onderzoek?
Het ontwerpend onderzoek is een beperkte studieopdracht die aan de gekozen ontwerpers  wordt gevraagd binnen de selectieprocedure om te komen tot 1 ontwerpteam voor het pilootproject.
De vergoeding van deze beperkte studieopdracht ligt in dezelfde ordegrootte als de Open Oproep (selectieprocedure voor overheidsopdrachten van de Vlaams Bouwmeester). Richtinggevend hierbij is dat 1% van de totale investeringskost wordt verdeeld onder de ontwerpteams. Als onder- en bovengrens van de vergoeding wordt 10.000€ en 25.000€ per ontwerpteam naar voor geschoven. Als er 3 ontwerpteams aan de slag gaan, komt dit bedrag tussen 30.000€ en 75.000€
Dit bedrag valt ten laste van de initiatiefnemer van het pilootproject (=opdrachtgever)

Wat is de meerwaarde voor initiatiefnemers om zich kandidaat te stellen?
Om deze pilootprojecten te realiseren wordt een professioneel kader ingericht dat ruimte biedt voor innovatie en experiment. Hiertoe wordt een gestructureerd proces aangeboden, dat de nodige deskundigheden samenbrengt. Na de selectie van de vijf pilootprojecten wordt er per project in overleg met de initiatiefnemer een team van deskundigen, het projectteam samengesteld. Dit team ondersteunt de opdrachtgever bij de realisatie van zijn opdracht, vanaf opdrachtformulering tot realisatie. De projectregisseur, tevens lid van dit projectteam, is verantwoordelijk voor de samenstelling van het projectdossier en de organisatie van het proces.
De pilootprojecten worden in nauwe samenwerking met de betrokken publieke overheden ontwikkeld zodat in de fase na de gunning de administratieve verwerking van de dossiers vlot kan verlopen.
Aan de bekroonde pilootprojecten wordt prioriteit verleend inzake programmatie, vergunning en in voorkomend geval toekenning van VIPA–middelen.
Bovendien kunnen er indien nodig afwijkingen voorzien worden op de geldende erkenningsvoorwaarden alsook de geldende voorwaarden om in aanmerking te komen voor VIPA-investeringssubsidies en -waarborgen.
Een initiatiefnemer mag, wanneer het project een woonzorgcentrum betreft, tot maximaal 90 woongelegenheden aanvragen, inclusief de capaciteit voor kortverblijf. Voor alle andere erkenningsvormen (dagverzorgingscentrum, lokaal dienstencentrum, gezinszorg…) gelden geen beperkingen omdat de realisatie ervan per definitie meer beantwoordt aan de visie om de gebruiker zo lang mogelijk in zijn of haar zelfstandigheid te stimuleren.Reglement | 11
In opdracht van het VIPA werd een module ontwikkeld die de life cycle cost van een zorgproject in beeld brengt. Om deze module te laten testen door één of meerdere van de vijf pilootprojecten, voorziet de overheid een extra financiële stimulans die de bijkomende studie- en proceskosten die hiermee gepaard gaan (bv. werken met een prestatiebestek…) maximaal moeten bekostigen. De toepassing van de principes van de life cycle cost analyse heeft als finaliteit dat, ondanks de mogelijk hogere investeringskosten in een infrastructuur op korte termijn, de globale uitbatings-en energiekost op lange termijn (over de hele levensduur van het gebouw) lager ligt dan deze van projecten die werken zonder de principes van life cycle cost. Het gebruik van de module mondt uit in een prestatiebestek.

Wat als de partners afhaken?
afhankelijk van de rol van de andere partners en de fase van het project zal een oplossing worden gezocht.
Participatie in de vergoeding van de ontwerpteams zal gebeuren conform de overeenkomst tussen de partners.

 

 

U kan uw vraag altijd bezorgen aan stijn.devleeschouwer@bz.vlaanderen.be.

 

We beantwoorden zo snel mogelijk uw vraag.