Onderzoeksproject restruimten

Voortschrijdende suburbanisatie en fragmentatie van Vlaanderen doet het belang van een kwalitatieve open ruimte en een meer samenhangende verstedelijking toenemen. Hypothese van het onderzoek is dat de ontwikkeling van restgebieden hierin een cruciale rol kan spelen. Tussen de mazen van natuur- en landbouwlandschappen situeert zich immers in Vlaanderen een grote hoeveelheid restgebieden die een potentie lijken in te houden voor een (nieuw) type van landschapsontwikkeling. Het huidige beleid lijkt zich echter vooral te richten op de geconsolideerde landschapscategorieën van landbouw en natuur waardoor de restgebieden bij ruimtelijke ontwikkeling vaak tussen wal en schip vallen. Dit onderzoeksproject verkenthet Vlaamse restgebied. Waarover hebben we het en wat zijn problemen en mogelijkheden betreffende het restgebied en haar ruimtelijke ontwikkeling?

 

De invalshoek bij die exploratie is landschappelijk: we onderzoeken een mogelijke herwaardering van het restgebied binnen de nieuwe opgave die het landschap stelt. Sinds enige tijd staat het landschap immers weer volop in de belangstelling. Landschappelijke ontwikkeling lijkt ondermeer een uitweg te bieden voor ruimtelijke fragmentatie of ecologische kwesties, de nood aan regionale identiteit, de consumptiebehoeften van een groot geworden groep gegoede middenklassers, enz. Die verhoogde belangstelling heeft zich ook op allerlei manieren beleidsmatig vertaald.

In het kielzog van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is bijvoorbeeld meer aandacht gegroeid voor de afbakening van natuur, rivier- en stiltegebieden. Aansluitend bij de maatregelen op het gebied van milieubescherming neemt de weerstand tegen monoculturen toe, samen met het verlangen naar landschapsdiversificatie (waarvan ondermeer het Vlaamse plattelandsbeleid en Leader+ projecten getuigen). Ook de beleidsnota van de Vlaams Bouwmeester onderschrijft het landschap als opgave en neemt dit onderzoek mee op om de verhoogde belangstelling die bestaat voor het landschap te kanaliseren in de richting van het restgebied.

 

“Where there is nothing everything is possible,
where there is architecture
nothing (else) is possible.”

[Koolhaas 1985]

 

De verkennende landschapsstudie 'Restruimten" pdf 5,5MB uitgevoerd door de KU Leuven