Een groot deel van de studenten deelt vandaag een huis of appartement. De drang naar gemeenschappelijkheid vertaalt zich ook in het ontstaan van nieuwe programma’s zoals collectieve studeer- en werkplekken in bibliotheken, schoolruimtes of apart gehuurde studeerlokalen. In een strijd tegen individualisering, en als bescherming tegen de digitalisering en de constante stroom van sociale media waarmee ze geconfronteerd worden, zoeken studenten elkaar op. Zien studeren doet studeren is het motto van deze zelf gezochte sociale controle.

De vernieuwde interesse in elkaar is een fenomeen dat ook in de studentenhuisvesting kan zorgen voor een evolutie van de standaardopstelling. Dé student is ook niet meer zo eenduidig te definiëren. Een groot deel onder hen verblijft 9-10 maanden in de stad, terwijl een ander deel hun kot gebruikt als was het een eigen woning. Daarnaast is door de internationalisering in het onderwijs een kort verblijf van buitenlandse studenten meer en meer de standaard. Dit betekent dat studentenhuisvesting ook hierin veel flexibeler moet gaan omspringen met het aantal kamers en de grootte van deze kamer.

De studentenkamer wordt tot op heden (te veel) gezien als een aparte unit waar én geslapen én geleefd én gestudeerd wordt. Deze ruimte kan kleiner, als hier goede gemeenschappelijke plekken tegenover staan. Hiertoe moet de bestaande regelgeving aangepast worden, die een ondergrens van 12m² per kamer vastlegt ongeacht de kwaliteit van de gedeelde ruimtes.

De nieuwe collectieve ruimtes worden gedeeld door de studenten die er wonen, maar kunnen ook worden opengesteld als studeer- en werkplek voor andere studenten of andere stadsbewoners. Nood aan een vergaderplek binnen het stadscentrum? Waarom kan dit niet in de studeerruimte van het studentenhuis om de hoek? Samen met de juiste verzamelfuncties kunnen deze ruimten uitgroeien tot een werkelijk stadsgebouw, waar student en stedeling elkaar treffen. 

Door op zoek te gaan naar de specifieke kwaliteiten die studenten nodig hebben en die zich onderscheiden van wat cohousing hen kan bieden, kunnen we de druk op de woningmarkt verlichten en studenten duurzaam binden aan de stad.

Doorgerekend

Door slim te schakelen kunnen kleinere units gemaakt worden mét een hoger gebruiksgenot. De huurprijs per kamer hoeft daarom niet per se veel lager te liggen dan voor een standaardkamer met weinig collectieve ruimte. Collectieve ruimte is nét wat de markt vandaag vraagt. De eventuele prijsverlaging kan daarenboven gecompenseerd worden door de lagere eenheidsprijs van de collectieve ruimte. Studenten willen deze immers zelf aankleden, waardoor een basisafwerking hier volstaat. In een ultiem scenario kan deze bovenmaatse collectieve ruimte zelfs nog voor bijkomende inkomsten zorgen door ze te verhuren tijdens bepaalde periodes.

De huidige student is een gemeenschapsbeest. De correlatie tussen wie die nieuwe student is en waar hij/zij behoefte aan heeft, is in een moeilijke stad als Brussel zeer belangrijk. 

dag boutsen | KU Leuven

Het zou interessant zijn als kamers van de oppervlaktenorm konden afwijken in functie van de gemeenschappelijke ruimte die erbij hoort. Men zou moeten oordelen over de kwaliteit van een project in plaats van louter over de oppervlakte.

tony van nuffelen | TEAM BMA

#5 Slim schakelen

Een stap uit je kamer is een stap in de wereldEen stap uit je kamer is een stap in de wereld