Projecten

Onder begeleiding van een kwaliteitskamer hebben de ontwerpteams formules onderzocht voor een collectief opdrachtgeverschap. Ze hebben mechanismen uitgedokterd voor betaalbare woningen, ruimtelijke concepten ontwikkeld die winsten kunnen genereren in een gedeelde woonomgeving, combinaties getest van wonen met andere functies, manieren uitgedacht om te wonen met aandacht voor het landschap, en strategieën uitgezet die de vraag naar bijkomende woningen vooral opvangen via verdichting en hergebruik van bestaande woningen, in leefbare wijken en een samenhangend woonweefsel.

Uitdaging

De Pilootprojecten Collectief Wonen worden gestuwd door een uniek samenwerkingsverband tussen de minister van Wonen en Steden, het Team Vlaams Bouwmeester, het Agentschap Wonen Vlaanderen, het Team Stedenbeleid en de VMSW. Met de actieve ondersteuning van de Pilootprojecten delen ze de ambitie om nieuwe impulsen te geven aan een toekomstgericht en collectief woonbeleid. 

Tegen 2030 zullen er in Vlaanderen 330.000 nieuwe woningen nodig zijn. Het huidige woningaanbod is gestoeld op verouderde en oneconomische modellen. Het is hoog tijd voor een fundamentele kwaliteitssprong die rekening houdt met belangrijke maatschappelijke uitdagingen zoals grondschaarste, betaalbaarheid, milieubescherming, mobiliteit, vergrijzing en gezinsverdunning. 

Stadsontwikkelingsbedrijven in Antwerpen, Kortrijk en Gent realiseerden de voorbije jaren schitterende en betaalbare collectieve woonprojecten. Hun impact buiten het stedelijke gebied blijft echter beperkt. De sociale huisvestingssector dient verder geprofessionaliseerd en versterkt te worden. Initiatieven zoals cohousing, coöperatieve woningbouw en bouwgroepen, waarbij eigenaars-bewoners zich verenigen of als huurder aandeelhouder worden, moeten in de nabije toekomst kunnen wegen op de woninginnovatie in Vlaanderen.

Collectiviteitswinsten

Wonen is altijd al een collectief gebeuren geweest. Door samen te wonen boekt men sociale, financiële, ecologische en ruimtelijke winsten. De voorbije zeventig jaar is de Vlaamse wooncultuur sterk geïndividualiseerd. Het resultaat zijn eindeloze lintbebouwingen en ruimteverslindende verkavelingsmodellen. Het model van individueel wonen heeft vandaag zijn limieten overschreden. De Pilootprojecten plaatsen het ‘collectieve voordeel’ op de agenda. Het gaat om niets minder dan het opnemen van een cruciale maatschappelijke verantwoordelijkheid. 

Voorafgaandelijk aan de huidige ontwikkelingsfase van de Pilootprojecten Collectief Wonen schoven de minister van Wonen en Steden en de Vlaams Bouwmeester vijf cruciale collectiviteitswinsten naar voren.

Een effectieve vernieuwing van de woningmarkt 

We moeten de uitdagingen voor de woningbouw aanpakken met vernieuwde types van woningproviders, de ontwikkeling van een kwalitatief aanbod aan huurwoningen en het faciliteren van ontwikkelingsmogelijkheden voor collectief opdrachtgeverschap. In het buitenland bestaan sterke voorbeelden van alternatieve, geprofessionaliseerde wooninitiatieven zoals bouwgroepen, coöperatieven, cohousingprojecten of CLT’s. In Vlaanderen hebben ze nauwelijks ingang gevonden. 

Betaalbaar wonen

Betaalbaar wonen is een basisconditie, maar niet altijd een realiteit. Betaalbaar wonen kunnen we realiseren door collectief te bouwen en te wonen. Het intelligent schakelen van wooneenheden, het groeperen of delen van recurrente functies (zoals tuinen en utilitaire ruimtes), het deels of volledig uitschakelen van grondverwerving bij de aankoop van een woning: het zijn allemaal manieren om door middel van collectiviteit de prijzen te drukken en tegelijkertijd een fundamenteel hogere woonkwaliteit aan te bieden. Collectief wonen kan daarenboven, door zijn kritische massa, het energieverbruik en de ecologische belasting drastisch reduceren.

Een gegarandeerd en genereus verblijf

Samenleven in een collectieve woonvorm biedt een grotere garantie op levenslang en aangepast wonen. Daarvoor hoeft men niet noodzakelijk eigenaarschap na te streven. Collectief wonen kan een van de waardevolle en efficiënte antwoorden zijn op de aankomende vergrijzingsgolf. Daarnaast kan het bewoners toegang verschaffen tot gemeenschapsbevorderende faciliteiten die men zich als individueel gezin nooit zou kunnen veroorloven. Denk aan een collectieve hoogrendement energie-installatie, gemeenschappelijke sportinfrastructuur of een grootschalige tuin.

Getemperde maatschappelijke kosten

Door collectief te wonen – en dus kwaliteitsvol te verdichten – kunnen we de druk op infrastructuur en voorzieningen, zoals wegen, rioleringen, nutsvoorzieningen en openbaar vervoer, sterk reduceren. Vandaag besteedt Vlaanderen meer dan 60% van zijn milieubudget aan de aanleg en het onderhoud van rioleringsnetwerken. Vergelijkbare disproportionele cijfers zijn er voor mobiliteit.

Weefselversterkend en landschapssparend

Door zijn kritische massa kan collectieve woningbouw een wezenlijk verschil maken in de ruimtelijke ordening. Het clusteren van wooneenheden (zowel nieuwbouw als reconversie) kan de zeer lage dichtheid van het Vlaamse bebouwde weefsel opvoeren. Woonuitbreidingsgebieden hoeven niet zomaar en ongenuanceerd aangesneden te worden. Landschappen hoeven niet letterlijk dichtgebouwd te worden. Intelligent collectief wonen produceert essentiële publieke ruimte en vrijwaart de nog resterende landschappen.