Reflectie Meesterproef 2011

De deelnemers van Meesterproef 2011 hadden een goed gevoel bij de vernieuwde formule. De korte opeenvolging van de verschillende stappen – met slechts een dikke maand tussen de startdag van 24 oktober en de eindjury op 3 december – werd positief ervaren. “Het proces verliep heel vlot. Je rolde als het ware van de ene stap in de andere, waardoor je geconcentreerd bleef en snel resultaten kon boeken” (Carole Boeckx). De atelierweek was, zoals steeds, het hoogtepunt van de Meesterproef voor de deelnemers. “Het was eigenlijk wel cool om een week opgesloten te zitten op verplaatsing. Dat verhoogde de concentratie en de intensiteit van de ervaring. Het was een goede keuze om het atelier in het stadhuis te laten plaatsvinden. De mensen van de Stad Genk waren supervriendelijk, je kon altijd bij hen terecht en werd zo snel mogelijk verder geholpen” (Lieve Smout). Dat het atelier niet langer een plek van concurrentie was, was bevorderlijk voor de sfeer en de concentratie. “Door het wegvallen van de onderlinge concurrentie, was iedereen oprecht geïnteresseerd in elkaars werk” (Alexander Smedts). “De variatie aan opdrachten maakte het atelier interessant. Het was boeiend om iedereen op verschillende schalen aan het werk te zien” (Gijs De Cock). Ook de intensieve begeleiding met één projectregisseur per project werd gewaardeerd. “Het principe van de één-op-één begeleiding met projectregisseurs werkte goed, tegelijk werd het niet te star toegepast zodat je in het atelier ook bij de andere begeleiders terecht kon.” (Gijs De Cock).
Ook voor de Stad Genk was de Meesterproef 2011 tot hiertoe een positieve ervaring. De Meesterproef vraagt een inspanning van de opdrachtgever om zich voluit te engageren, maar die inzet lijkt te renderen. De Stad Genk was aangenaam verrast door de verfrissende visies die de jonge ontwerpers presenteerden, zowel bij de visie-gesprekken als bij de eindjury. Door de atelierweek in huis te laten plaatsvinden, kon de Stad het vele werk en de progressie van de deelnemers van nabij volgen. Voor de stadsdiensten was het uitermate boeiend om te zien hoe de jonge ontwerpers de grenzen van de Ruimtelijke Uitvoeringsplannen aftastten. Met hun ontwerpmatig onderzoek legden ze de sterktes en de zwaktes van de RUPs bloot. Het tijdens het atelier geleverde werk toont aan dat de Meesterproefopdrachten de potentie hebben om uit te groeien tot pilootprojecten voor Genk. Het kunnen referenties worden voor het hoge kwaliteitsniveau dat de Stad Genk nastreeft in alle projecten waarbij de lokale overheid betrokken partij is.