Reflectie Meesterproef 2010

Werkweek Meesterproef 2010

De intensieve werkweek speelt een centrale rol in het proces van de Meesterproef. In een gedeeld atelier werken de geselecteerde deelnemers, individueel of als duo, aan de gekozen opdracht. Het intensief werkproces van eerste concept tot onderbouwde visie en ontwerpvoorstel wordt professioneel omkaderd door drie externe begeleiders met een ruime praktijkervaring. Voor de editie 2010 hebben Tania Vandenbussche (architect), Jana Crepon (landschapsarchitect) en Emilio López-Menchero (kunstenaar) deze taak op zich genomen.

 

De Vlaamse Bouwmeester faciliteert waar nodig de contacten met de opdrachtgever. Van zijn kant zorgt de bouwheer voor juridische ondersteuning. Op het einde van de werkweek hebben de deelnemers hun visie voorgesteld aan de betreffende Gentse stadsdiensten. Daarna kregen de kandidaten nog een tweetal weken om commentaren te verwerken, hun voorstellen wat verder uit te diepen en hun offerte in te dienen. Op 10 december volgden de eindpresentaties en de finale jury.

 

De Meesterproef is uitgegroeid tot een vaste waarde in het instrumentarium van de Vlaamse Bouwmeester. Om beter te beantwoorden aan de intenties is de formule doorheen de jaren aangepast (o.a. selectie kandidaten, selectie opdrachtgever met projecten binnen één stad, fasering...). Tegelijk blijft de Meesterproef een experiment dat telkens weer kritisch geëvalueerd moet worden.


Een eerste peiling naar de ervaringen van de drie begeleiders en van enkele deelnemers geeft een positief beeld van de afgelopen editie. De Meesterproef wordt ervaren als een unieke kans, een noodzakelijk initiatief dat erg goed georganiseerd en omkaderd is. Tegelijk worden er ook pijnpunten gesignaleerd en mogelijkheden tot verbetering aangegeven.

 

Hier volgt een greep uit de reacties.

 

‘Ik wil benadrukken dat ik de Meesterproef een bijzonder goed initiatief vind, het is een onvoorstelbaar mooie kans voor jonge ontwerpers om aan zo’n soort projecten te kunnen werken.’ – Tania Vandenbussche, begeleider architectuur

 

‘De Meesterproef geeft je de kans om ervaringen op te doen die je anders niet zou hebben, om al doende te leren. Je wordt verplicht om snel bij te benen. Dat kan wel even slikken zijn. Zeker voor diegenen die al werken zijn het zware weken geweest.’ – Wesley De Greef, ontwerper voor jeugdhuis de ‘Bonte Was’

 

‘Ook voor kunstenaars kan de Meesterproef een stimulans zijn voor de toekomst, maar tegelijk staat of valt hun artistieke praktijk niet met dit project en of het al dan niet uitgevoerd wordt. Voor de ontwerper is de ‘pressure’ groter om een project uit te voeren. Het is belangrijk dat je aan een opdrachtgever kan tonen dat je de verantwoordelijkheidszin en de bagage hebt om een dergelijk project tot een goed einde te brengen. Tegelijk moet je ook niet naïef zijn - het idee van de kunstenaar als rebel is verleden tijd - ook de meeste kunstenaars zouden graag hun voorstel uitvoeren.’ – Karl Philips, kunstenaar voor ‘Grindbakken’

 

‘Een project van die schaal en complexiteit is niet zo gebruikelijk voor een kunstenaar, dus het is zeker een opportuniteit om daaraan te kunnen werken en het opent mogelijkheden om in die richting verder te gaan’ – Lore Rabaut, kunstenaar voor ‘Recreatieve structuur’

 

‘De Meesterproef is een clash van disciplines. Bovendien is het boeiend om in contact te komen met architecten van andere scholen, die duidelijk een andere achtergrond, een andere aanpak hebben.’ - Wesley De Greef, ontwerper voor jeugdhuis de ‘Bonte Was’

 

‘De samenwerkingen tussen ontwerpers en kunstenaars hadden een wisselend succes. Maar dat het niet altijd even goed uitdraait, betekent niet dat het niet de moeite loont om het te proberen; er is geen garantie op een goede uitkomst, maar de mogelijkheid moet er wel zijn.’ – Jana Crepon, begeleider landschap

 

‘Karl (Philips) en ik hebben van in het begin gekozen voor een intense samenwerking, om niet zomaar aan kunstintegratie te doen, maar echt een project te maken dat door samenwerking tot stand is gebracht. (...) Karl leverde een complementaire blik op het project. Er waren uiteraard veel discussies, maar die heb ik als productief ervaren.’ – Daan Derden, ontwerper voor ‘Grindbakken’ 

 

‘Het is eerder toeval dat zo’n samenwerking meevalt, het kan evengoed tegenvallen, je kent mekaar immers van haar noch pluim. Daan en ik hebben gekozen om samen te werken op basis van elkaars motivatie. We hadden van in het begin een gelijkaardige visie op de site en op de manier waarop het project daarop zou inspelen. Daardoor hebben we vlot samengewerkt.’ – Karl Philips, kunstenaar voor ‘Grindbakken’

 

‘Voor mij is er tijdens de Meesterproef heel veel in een korte periode samengekomen. Ik heb oude kennis terug naar bovengehaald, verbanden gelegd en daardoor veel bijgeleerd. Ik heb veel gediscussieerd over de vraag hoe je iets functioneels kunt betrekken op kunst en vice versa. (...) Het is interessant om ontwerpers en kunstenaars te zien zoeken naar mogelijkheden tot samenwerken, hoe de kunstenaar de ontwerper dwingt om meer conceptueel te werken, en omgekeerd.’ - Lore Rabaut, kunstenaar voor ‘Recreatieve structuur’

 

‘De Meesterproef is een heel interessant proces omwille van het multidisciplinair karakter. Het is heel belangrijk om bij een eerste ervaring als professioneel met andere disciplines samen te werken. (...) Daardoor leer je andere werelden kennen, andere gevoeligheden en uitgangspunten. (...) Het idee is er, maar het is nog niet perfect uitgewerkt, de balans tussen de disciplines ontbreekt. Ik pleit ervoor dat er op alle opdrachten gemengde teams zouden werken. Dat veronderstelt wel dat er een meer uitgebalanceerde selectie van architecten, landschapsarchitecten en kunstenaars komt’ – Emilio López-Menchero, begeleider kunst 

 

‘Er waren te weinig echte architectuurprojecten in verhouding tot het aantal geselecteerde architecten. De bouwopdrachten waren dan ook fel gegeerd. Uiteindelijk hebben er telkens vier (i.p.v. drie) deelnemers op die projecten gewerkt. Daardoor verkleint natuurlijk je kans om de opdracht ook echt te kunnen uitvoeren, dat is spijtig, maar tegelijk is het wel positief dat er voldoende flexibiliteit was om rekening te houden met ieders voorkeur.’ – Marijn Vanhoutte, ontwerper voor studie ‘woningen op kleine oppervlakte’ 

 

‘Er was een onevenwicht tussen het soort projecten en de selectie van deelnemers: er waren vrij veel projecten met een landschappelijke component, die betrekking hadden op het publiek domein, en er waren vooral architecten en kunstenaars als deelnemers, er waren maar twee landschapsarchitecten geselecteerd, dat lag dus moeilijk.’ – Jana Crepon, begeleider landschap

 

‘Een korter, meer gebald proces zou volgens mij zeker even goed zijn. De werkweek met op het einde de presentatie van een heldere visie zou moeten volstaan om een beslissing te nemen - toch vanuit ontwerpmatig standpunt. Tegelijk is het zeker niet evident voor de opdrachtgever om een keuze te maken op basis van projecten die niet af zijn: moet je nu kiezen voor een project of voor een ontwerper, voor iets wat op papier staat – wat vaak makkelijker is - of voor een visie?’ – Tania Vandenbussche, begeleider architectuur

‘De opdrachtgever was over het algemeen heel gedreven, tegelijk heel betrokken en aanspreekbaar, maar ook voldoende terughoudend om de ontwerpers hun ding te laten doen’ – Jana Crepon, begeleider landschap

 

‘Het was een heel goed georganiseerde werkweek op een goed uitgeruste locatie. De begeleiders vulden elkaar goed aan, waren goed gekozen. Voor mij waren er voldoende contacten met de opdrachtgever tijdens de werkweek. Het was duidelijk een heel gemotiveerde opdrachtgever, die veel affiniteit had met het project.’ – Marijn Vanhoutte, ontwerper voor studie ‘woningen op kleine oppervlakte’