Historiek van de kunstintegratie

De Vlaamse overheid volgde de voorbije twintig jaar met betrekking tot het integreren van kunstwerken in overheidsgebouwen een grillig parcours. Net zoals de Franse Gemeenschap en naar het voorbeeld van de buurlanden, nam het Vlaamse Parlement tussen de twee staatshervormingen van 1980 en 1988 het initiatief om een decreet te stemmen voor het integreren van kunst in overheidsgebouwen. Het decreet van 23 december 1986 schrijft voor dat een percentage van de bouwkost voor openbare bouwprojecten besteed moet worden aan kunst.

 

De Vlaamse overheid heeft dit decreet jarenlang niet toegepast. Geen enkele instantie binnen de Vlaamse overheid kreeg de opdracht te waken over de toepassing ervan. Geen enkel administratief gebouw van de Vlaamse overheid werd bij de oprichting van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voorzien van kunstwerken in het kader van het decreet. Er kwamen geen uitvoeringsbesluiten en de eerste tien jaar na het stemmen van het decreet werden ook geen omzendbrieven door ministers of leidende ambtenaren uitgeschreven.

 

Pas in 1996, na een aantal ad-hoctoepassingen, gaf de Vlaamse Regering, bijgestaan door de Vlaamse administratie, te kennen dat het decreet geen dode letter zou blijven. In haar beleidsbrief ‘Herkenbaar aanwezig’ legde de Vlaamse minister bevoegd voor de huisvesting van de Vlaamse ambtenaren en het administratief gebouwenpatrimonium, de grondvesten voor de toepassing van het decreet. De bouw van twee administratieve gebouwen te Brussel, het Graaf de Ferrarisgebouw en het Hendrik Consciencegebouw, werd aangegrepen voor het stellen van een voorbeeld.

Om het toepassingsgebied van het decreet uit te breiden tot een tweede groot bevoegdheidsdomein, de welzijnssector, wees Wivina Demeester - ditmaal in haar bevoegdheid als minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid - in de omzendbrief van 7 februari 1996 bovendien de raden van bestuur van de door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) gesubsidieerde instellingen, op de bepalingen van het decreet van 1986. Met deze omzendbrief werd voor de eerste en enige keer door een Vlaams minister werk gemaakt van mogelijke uitvoeringsmodaliteiten voor het decreet.

 

Bij de aanstelling van de eerste Vlaamse Bouwmeester op 1 januari 1999, werd beslist om de ‘cel kunstintegratie’, die de voorafgaande jaren de ad-hoctoepassingen van het decreet had begeleid, in het team van de Bouwmeester onder te brengen. Omgedoopt tot ‘kunstcel’ zou deze voortaan opdrachtgevers begeleiden bij de toepassing van het decreet.

 

In de publicatie Kunst in Opdracht (.pdf) kan u de projecten raadplegen die de kunstcel tussen 2000 en 2005 adviseerde.