Verplicht advies

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse bouwmeester (B.S. van 19/5/2000), gewijzigd bij besluit van 11 mei 2001 (B.S. van 22/6/2001), bevat in artikel 4 het principe van het vooroverleg met en het advies van de Vlaamse bouwmeester in het kader van het indienen van de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning, en bepaalt de gevallen waarin dit advies hetzij facultatief kan, hetzij verplicht moet gevraagd worden

 

De aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning moet dit project steeds voorleggen ter advies bij de Vlaamse Bouwmeester. Het advies is verplicht indien het een stedenbouwkundige vergunning betreft met betrekking tot werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang en indien:

  • de aanvragen betrekking heeft op nieuwbouw of herbouw van gebouwen met een vloeroppervlakte groter dan 10.000 m²
  • de aanvragen betrekking heeft op nieuwbouw of herbouw van spoorwegbruggen, bruggen voor gemotoriseerd verkeer of viaducten.

 

De gevallen waarin het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester verplicht is, zijn dus een versmalling en verfijning van het toepassingsgebied van de werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang. De Vlaamse Bouwmeester verleent een advies binnen 30 dagen na ontvangst van de adviesaanvraag, zoniet wordt het advies geacht gunstig te zijn.

 

Rol Vlaamse Bouwmeester

Het is zeer belangrijk dat het verzoek om advies te verlenen in een zo vroeg mogelijk stadium van het project aan de Vlaamse Bouwmeester wordt bezorgd. Is het project bij de aanvraag reeds in de fase van het voorontwerp of zelfs definitief ontwerp, dan is het immers onmogelijk nog een zinvol, inhoudelijk advies te formuleren.

De Bouwmeester pleit dan ook voor een adviesverlening in twee fasen van het ontwerpproces:

 

de vooroverlegfase:

In deze fase formuleert de bouwheer zijn ambities en projectgebonden doelstellingen en bespreekt hij met de Bouwmeester de principes en uitgangspunten van het project.
Het vooroverleg vertrekt van de volgende documenten en gegevens die essentieel zijn voor de beoordeling van een project, en daarom gelden als ontvankelijkheidvoorwaarde voor het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester :
de projectdefinitie, zijnde de aanduiding van de visie en ambities van de bouwheer;

  • de aanduiding van de historische, stedenbouwkundige, ruimtelijke culturele context van het project;
  • de verantwoording van de keuze van de locatie of inplanting;
    het programma van eisen;
  • een situatieplan;
  • een inplantingsplan.
  • de conceptnota van de ontwerpers of architect.
de definitieve fase van het overleg:

De opdrachtgever en de Bouwmeester toetsen het definitieve ontwerpdossier aan de uitgangspunten en principes zoals uiteengezet tijdens de vooroverlegfase. Deze overlegfase houdt in dat de aanvrager het aanvraagdossier eerst aan de Vlaamse Bouwmeester voorlegt, vooraleer het in te dienen bij de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.

 

In die gevallen waar het dossier wordt voorgelegd in het kader van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning zonder dat er vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester is aan voorafgegaan, kan de Vlaamse Bouwmeester in principe geen inhoudelijk advies geven. Aan de aanvrager van de stedenbouwkundige vergunning zal in dat geval de Vlaamse Bouwmeester alleen bevestigen dat het aanvraagdossier voor advies werd ingediend, overeenkomstig de bepalingen inzake het bewijs van het voorafgaand overleg, met de opmerking dat het project niet kan beoordeeld en geadviseerd worden bij gebreke van voorafgaand overleg.

 

Ook bij projecten van publiek-private samenwerking is het belangrijk dat de Vlaamse Bouwmeester verzocht wordt om advies. Vermits de externe partner in die gevallen de financiering, het beheer, het bouwheerschap en de projectopvolging waarneemt, is het deze laatste die in zijn hoedanigheid van bouwheer, instaat voor de adviesaanvraag en de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning. Nochtans draagt het lokale bestuur, in wiens opdracht en ten behoeve van wie het project wordt gerealiseerd, alleen de culturele en maatschappelijke verantwoordelijkheid van wat gebouwd wordt. Daarom is het belangrijk om in de opdrachtformulering naar de externe partner (in het bestek) een clausule op te nemen waarbij deze zich er toe verbindt om het overleg met de Vlaamse Bouwmeester te organiseren op een wijze die een zinvolle advisering toelaat, eerder dan het overleg met de Vlaamse Bouwmeester te beschouwen als een loutere ontvankelijkheidvoorwaarde voor de aanvraag tot de stedenbouwkundige vergunning

 

Hier kan u het besluit van de Vlaamse Regering raadplegen, betreffende het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester

 

Tevens kan u ook de omzendbrief betreffende het vooradvies raadplegen.